In de kringloopwinkel, waar ik net was gestruikeld over een tapijt, snoof ik de geur op van sigaretten, koffie en parfum geblend in de adem van de verkoopster. Het mens, zelf ook behoorlijk vintage, had een blouse in haar armen met daarop bomen geborduurd. “Ik zag je lopen met dat rokkie, deze staat daar prachtig op. ’t Moet je smaak zijn, hoor.”

Afijn, de blouse bleef achter en in het pashokje trok ik kledingstukken aan die de tands des tijds redelijk hadden overleefd. “Van geen een heb je hier een tweede” hoorde ik aan de andere kant van het gordijn. “Allemaal exemplaren die opnieuw gevonden willen worden.” Of het hier over de kledingstukken of klanten ging, bleef in het midden.

De rok die ik paste was een model dat meisjes op Instagram heel goed stond, maar wel zo een die mij met alle filters van de wereld niet zou opfleuren. Het volgende kledingstuk betrof een blouse met planten en papegaaien en toen bleek dat het hier vermoedelijk ging om een kakapo, hoefde ik het ding eigenlijk niet eens meer te passen. Die ging mee.

Jammer waren de schoudervullingen. “Als je zo jong bent als jij, zijn je schouders nog recht” zei de vrouw, terwijl ze de blouse binnenstebuiten keerde: “ik gebruik meestal zo’n tornmes, maar deze knip je er zo uit.” Ook over de ceintuurlussen aan de zijkant hoefde ik me geen zorgen te maken. “Net voor de naad afknippen, zie je niks van.”

Bij het afrekenen moest er gezocht worden naar de sleutel van de kluis waar tegenwoordig het geld in bewaard werd. “Het is me al eens gebeurd. Je schenkt even koffie in en ze nemen alles mee. Ook kleren jatten ze. Dat verdwijnt allemaal onderin die kinderwagens. Of ze gaan met vijf stukken de paskamers in en komen er met één uit. Als je wat zegt, kun je een knal krijgen en voor de politie er is zijn ze hem gesmeerd.”

Even leek het alsof het mens naast kleding ook het vertrouwen in de mensheid verloor. “Maar als er dan zoals gister een vrouw binnenkomt met schoenmaat 45 die nergens kan slagen en hier in één keer in een paar cowboylaarzen stapt, nou, dat vind ik mooi hoor.” Ik zag haar staan achter de toonbank. Een exemplaar dat ik niet eerder gezien had.