Misschien is het omdat hij in Frankrijk woonde, in een dorp zo klein dat de burgemeester ook dienst doet als postbode. Of misschien is hij juist in Frankrijk gaan wonen om eraan te ontsnappen. Hoe dan ook: mijn oom heeft zich zijn leven lang flink kunnen storen aan bepaald gebruik van de Nederlandse taal. Dat herken ik wel. Ik krijg kortsluiting als iemand iets ‘helemaal goed’ vindt. Want: half-goed bestaat niet. Als je pizza niet helemaal goed is, flikker je ‘m weg.

Terug naar mijn ooms ergernis. Dat is ‘OK’. ‘OK’ zeg je namelijk als iets in orde is. Een werkstuk is ‘OK’. Of een maaltijd in een restaurant met tl-licht. Tegenwoordig hoor je ‘OK’ in plaats van ‘ja’.

‘Kom je eten?’
- ‘OK’
‘Glaasje wijn erbij?’
- ‘OK’
‘Daarna seks?’
- ‘OK’

Een nieuwe definitie van ‘OK’ hoorde ik in Ivoorkust, waar communiceren sowieso een uitdaging is gezien de gehele bevolking ‘pas de Anglais’ spreekt. Behalve een bepaald woord dan. En dat is ‘OK’. Ze zeggen het niet één keer, maar altijd drie keer achter elkaar.

‘Ik ben hier een badgast’
- ‘OK OK OK’
‘Heb je een handdoek voor me?’
- ‘OK OK OK’
‘Wil je ‘m ook halen?’
- ‘…’

Ontdekking: ‘OK OK OK’ betekent: ik hoor wat je zegt. Het betekent niet per se dat er naar geluisterd wordt. Laat staan gehandeld.

Mijn oom leeft niet meer, maar het liefst zou ik hem er een brief over sturen. Een brief bezorgd door de burgermeester.